Een gids voor het vermeerderen van fuchsia’s

Inleiding.
Het vermeerderen door middel van stekken is het meest belangrijke aspect van het kweken van fuchsia’s. Het is belangrijk om te beseffen dat elke fuchsiacultivar moet worden vermenigvuldigd door vegetatieve voortplanting (stekken) om dezelfde plant te verkrijgen. Slechts enkele fuchsiaspecies zullen uit zaad ontstaan. Onder de leden van de British Fuchsia Society, zult u merken, gebruiken ze veel variaties op de basismethode van het wortelen van stekken. Ons beste advies (BFS) is om een methode te vinden die voor u werkt en u daaraan te houden. Zodra u de basis hebt geleerd, kunt u experimenteren met de vele verschillende methoden, stekgrond en ideeën die tegenwoordig voorhanden zijn. Het vermogen om naar believen jonge planten te produceren, opent voor velen de wereld van de fuchsia.

Kweekbakken kunnen zeer geavanceerd zijn met bodemwarmte, verneveling unit, thermostaten, kunstlicht en zelfs gekoppeld aan een
computer voor de besturing van al deze hulpmiddelen. Gelukkig is het niet noodzakelijk om deze dure apparatuur aan te schaffen om succesvol
te zijn in het stekken van fuchsia’s. Voor de meeste liefhebbers is het alleen nodig om een eenvoudige zaaibak te gebruiken, met een
doorzichtig koepelvormig deksel en misschien een beetje bodemwarmte. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een elektrisch verwarmd dekentje
waarvan de temperatuur via een thermostaat ingesteld kan worden, of een zandbed verwarmd met elektrische kabels.

In veel gevallen zou een kleine plantenpot met een plastic zak, koffiebeker of snoeppot eroverheen om wat vochtigheid te creëren voldoende zijn.
Wegwerp plastic bierglazen zijn ook uitstekende deksels voor kleine potten om een paar stekken te laten wortelen.

Stekmedia. 
Fuchsia’s wortelen in bijna elke potgrond. Het is echter raadzaam om een snel drainerende mix te gebruiken zoals een goede kwaliteit potgrond waaraan perliet, grit, vermiculiet en tuinbouwzand of een mengsel van twee hiervan is toegevoegd. De gebruikte verhouding kan 20 tot 50% van de totale mix zijn. Een andere recente favoriet is kokosvezel met ongeveer 15% grit of perliet toegevoegd. Door de jaren heen zijn fuchsiastekken geworteld in zaagsel, kolenstof, zand, perliet, oasis, water, etc., etc., en meestal met goede resultaten. Daarom moet het overduidelijk zijn dat het verstandig is om zelf te experimenteren totdat u de meest geschikte stekgrond hebt gevonden. Veel kwekers gebruiken droge turfblokken zoals de Jiffy-7®, zo genoemd omdat ze 7 keer uitzetten als ze nat worden gemaakt. Pas echter op, het nylon net rond het blok kan de wortelgroei beperken.

 

Potten.
Er kunnen veel verschillende soorten potten gebruikt worden voor het stekken. Kleine plastic potten, zaaibakken en composteerbare potten. Het is belangrijk dat alle gebruikte potten schoon en gesteriliseerd zijn.

Stekken van groene niet verhoute stengelpunten zijn zonder twijfel het gemakkelijkste, snelste en meest gebruikte type stek. Deze moeten worden genomen van een moederplant, die vrij is van plagen en ziekten, die veel zachte groene uitlopers heeft en die 24 uur van tevoren bewaterd is, zodat alle uitlopers goed gehydrateerd zijn. Bekijk de moederplant orgvuldig en zoek naar geschikte stekken, met bladeren van gelijke grootte. Als de moederplant in een “vorm” is gesnoeid, gebruik dan de langere scheuten voor de stekken. Neem stekken van ongeveer 2 tot 3 cm lang bestaande uit één paar bladeren en de punt van de scheut. Maak een schone snede met een scherp mes of scalpel, ergens onder het paar geselecteerde laderen. Vroeger werd gezegd dat het nodig was om net onder een knoop te snoeien, maar dit is niet significant gebleken. Knip de hoofdbladeren van de stek tot de helft af. Dit inimaliseert waterverlies van de stek en voorkomt dat de bladeren van naburige stekken elkaar raken en botrytis veroorzaken. Gebruik een scherp instrument zoals een dun stokje, een satéstokje of zelfs een cocktailprikker om een geschikt gat in de stekgrond te maken. Plaats de stek in het gat en zorg ervoor dat de grond stevig om het steeltje zit, zodat er geen ruimte meer zit tussen de stengel en grond. Zet de pot of zaaibak op een geschikte plek in helder licht, maar niet in direct zonlicht. Onder goede omstandigheden zullen in de lente de stekken binnen 10 dagen tot 2 weken beginnen te wortelen. De groeipunt wordt helderder en frisser groen en begint te groeien. In nog eens 4 tot 6 weken is het stekje klaar om verpot te kunnen worden. De groeiende top van een geworteld stekje kunt u ook uitstekend gebruiken voor een nieuw stekje. Stekken die op deze manier meerdere keren worden genomen, zullen de kracht van de plant vergroten. Snelle ontwikkeling van geschikte uitlopers vindt meestal plaats op natuurlijke wijze in de lentemaanden maart en april, maar het is mogelijk om op elk moment een vergelijkbare groei te stimuleren, vooral in de late zomer of herfst. Snoei een bloeiende plant eind augustus terug en nieuwe zachte uitlopers zullen zich binnen vier of vijf weken ontwikkelen, deze kunnen dan van de moederplant worden afgesneden en op de eerder beschreven manier worden
geworteld.

Halfverhoute uitlopers kunnen eveneens gebruikt worden om de plantenvoorraad te vergroten. Deze worden meestal in de zomermaanden genomen van bloeiende planten. Selecteer een niet-bloeiende tak en snijd deze netjes af onder een paar bladeren. Het afgesneden stuk moet ongeveer 5 tot 7 cm of drie of vier bladparen lang zijn. Knip het onderste bladpaar weg en doop de onderkant van de stek in stekpoeder, de stek is dan klaar om te worden geworteld op de manier die eerder is beschreven. Als alternatief kan een geschikte zijscheut van de hoofdstengel worden afgescheurd, waarbij een hiel aan de onderkant van de stek overblijft, maar knip in dit geval de onderkant niet bij.

Stekken van verhoute delen.
Stekken van verhoute takken worden meestal in de herfst genomen. De stekgrond is hetzelfde als voor halfverhoute stekken, maar je hebt een zaaibak of een vrij diepe pot nodig, hierover later meer.
Het plantmateriaal moet afkomstig zijn van een goed gehydrateerde plant en het geselecteerde materiaal moet ongeveer de dikte van een potlood hebben en minstens vier knopen lang zijn en ontdaan zijn van al het blad en groen materiaal, zodat je alleen kaal hout hebt. Om je verhoute stekken te laten wortelen, heb je twee keuzes. Gebruik de diepe pot en plaats je stek verticaal in de pot met twee knopen onder het grondoppervlak en twee knopen erboven. Je kunt ook een zaaibak Gewortelde verhoute stekken gebruiken met een laag stekgrond van ongeveer 25 mm dik. Leg je stekken erop en bedek ze dan met 25 mm stekgrond. Ze zullen langzaam wortelen en de tijd hangt af van de tijd van het jaar dat de stekken worden genomen. De resulterende scheuten kunnen worden gebruikt als topstekken.

Oppotten
Zodra uw stekken goed geworteld zijn moeten ze in kleine potten worden opgepot om als individuele planten door te groeien. Als ze in een gesloten stekbak zijn geworteld, moeten ze eerst worden geacclimatiseerd aan de omstandigheden buiten. Veel kwekers gebruiken meestal een 6 cm pot voor deze fase. Een alternatief is om meerdere stekken van dezelfde variëteit in een grotere halve pot te zetten en als een multi-plant in één pot te laten groeien.

 

Opkweken uit zaad.

Fuchsia’s kunnen ook uit zaad worden opgekweekt, maar er zijn twee zeer belangrijke punten om in gedachten te houden:

(a) Fuchsia-cultivars reproduceren geen zaailingen die identiek zijn aan hun ouders, ze zijn vaak veel minder van kleur en in groei.

(b) Fuchsia-zaailingen bloeien vaak pas na 8 tot 12 maanden na het zaaien, hoewel onderzoek en ontwikkeling deze periode op het moment van schrijven hebben verkort. Om zaad te produceren is het raadzaam om de basis van het veredelen (hybridiseren) te bestuderen. Dit geeft inzicht in de beste manier om uw eigen zaden te verkrijgen. Zodra zaad is verkregen, is het het beste om het direct te zaaien, met behulp van hetzelfde type zaai- en stekgrond en pot als beschreven in de paragraaf over wortelen. Zaai het zaad op het oppervlak van de grond en bedek het dun met natte vermiculiet, plaats de pot in de kweekbak, bij voorkeur met een bodemtemperatuur van 21°C. Fuchsia-zaad is onregelmatig in kieming, maar de eerste zaailingen zouden na 6-10 dagen moeten verschijnen. Zodra de zaailingen hun eerste echte bladeren beginnen te ontwikkelen, moeten ze voorzichtig worden opgepot en op dezelfde manier worden behandeld als stekken.

Veel veredelaars (hybridiseerders) nemen zo snel mogelijk een stekje van de zaailing. Dit als zekerheid, maar ook zal de plant die uit het stekje ontstaat eerder bloeien dan de oorspronkelijke
zaailing. Een goede tip is om een zaailingstek te laten groeien zonder te toppen of in vorm te snoeien. Hierdoor kunt u de natuurlijke groeiwijze van de nieuwe variëteit zien en zal deze ook vrij snel bloeien. Sommige veredelaars kweken hun zaailingen op een bepaalde manier, zoals struikplanten, in 9 cm potten, anderen kweken ze op in een testbed in de grond.

Doorgroeien.

Zodra uw fuchsiastekken in kleine potten zijn opgepot, moeten ze met zorg worden behandeld. Ze groeien snel onder de juiste omstandigheden, maar moeten worden beschermd tegen te veel direct zonlicht totdat ze in hun definitieve potten zijn gezet. Zodra ze eenmaal verpot zijn, groeien ze snel. Sterk groeiende planten kunnen worden geselecteerd om als stam op te groeien, dus de belangrijkste groeipunt wordt niet verwijderd. Om door te groeien als een struik moet de groeipunt worden verwijderd zodra er 3 paar bladparen zijn gevormd. Als de plant nog wat meer mag groeien voordat de
punt wordt verwijderd, zal dit weer een uitstekende stek van die variëteit zijn. Het nemen van een topstek van een geworteld stekje is een goede manier om de kracht van de plant op te bouwen.

Naarmate de plant groeit zal het nodig zijn om te verpotten in een grotere pot. De meeste experts vergroten bij het verpotten de potdiameter in stappen van 1 tot 2 cm bij de kleinere potmaten.

Als u de plant als struik laat groeien kunt u het beste de plant bij het verpotten steeds wat lager in de pot zetten. Let er daarbij op dat u de onderste bladeren niet begraaft (verwijder ze indien nodig), omdat dit het aantal scheuten onder de grond vergroot.

 

 

 

 

 

 

 

TIPS
Als u de plant als struik laat groeien kunt u het beste de plant bij het verpotten steeds wat lager in de pot zetten. Let er daarbij op dat u de onderste bladeren niet begraaft (verwijder ze indien nodig), omdat dit het
aantal scheuten onder de grond vergroot.
a) Laat de kweekbak nooit in de volle zon staan.
b) Gebruik altijd zeer schone apparatuur.
c) Gebruik altijd een scherp mes of scalpel.
d) Kies het zachtste, meest verse en sterkste snijmateriaal dat beschikbaar is, waarvan de bladeren gelijkmatig groeien.
e) Voorzie uw stekken altijd van een etiket.
f) Experimenteer met potgrondsoorten en methoden.
g) Laat de bodemtemperatuur nooit hoger worden dan 22°C.

Bron: Brochure van de British Fuchsia Society
Vertaling: Ria Nauta.